Over ons


Rasomschrijving

De Blauwe Texelaar is een zwaar vleesschaap met een zeer goede bespiering over het hele lichaam. De Blauwe Texelaar is massaal, balkvormig en ruim van bouw.

Streefgetallen op volwassen leeftijd zijn bij de rammen 100 kg levend gewicht en 72 cm schofthoogte en bij de ooien 80 kg levend gewicht en 68 cm schofthoogte, dit alles in harmonie met het gehele dier.

De Blauwe Texelaar heeft zeer goede slachtkwaliteiten met een aanhoudpercentage van minimaal 55% en een optimale vetbedekking.

De Blauwe Texelaar ram heeft het vermogen vanaf ½ jarige leeftijd vlot te dekken en bevruchten. Hij heeft verder een mannelijke uitstraling.

De Blauwe Texelaar ooi heeft het vermogen vanaf 1 jarige leeftijd jaarlijks af te lammen. Streefwaarden is een productie bij de 1 jarige ooien van gemiddeld 1,4 lam en bij de oudere ooien ieder jaar 2 lammeren.

De Blauwe Texelaar onderscheidt zich in kleur vacht ten opzichte van haar witte soortgenoten. Maar er is meer. Het zijn evenredig, ruim ontwikkelde dieren met een goede vleesaanleg. Over het algemeen goed beenwerk en qua karakter iets levendiger (lees ondeugender). Zij hebben een goede vruchtbaarheid en melkgift. Maar wat het meest aanspreekt is toch de kleur.


Kleur en aftekening

De kleur mag variëren van donker tot licht grijs. De bijmenging van witte wol gebeurt in verschillende verhoudingen waardoor de vacht verschillend kleurt op de flank en borst. Gewenst is een zogenaamd halster: een H vormige aftekening van witte haren op de kop rond de neus. Maar ook hier is veel variatie binnen het stamboek. Zo zijn er dieren met een donkere kop met witte oogvlekken tot dieren met veel wit en een klein gebied met zwarte haren. Tevens bestaat er een smalle band van witte haren langs de oorrand. De blauwe texelaar moet ook witte haren aan de benen hebben.

Dassenkop

Zo nu en dan treedt in het kleurpatroon van de blauwe Texelaar een plotselinge erfelijke verandering (mutatie) op en muteert het blauwe patroon naar een patroon dat men Dassenkop noemt. Een dergelijke mutant werd als eerste waargenomen in 1991. Dit ooilam is de stammoeder geworden van het huidige bestand aan Dassenkoppen. Dassenkoppen zijn merendeels zwart maar hebben een witte buik, een witte spiegel (bilnaad) en een witte onderkin die als witte streep kan doorlopen naar de buik. Ook de binnenzijde van de staart is wit. In de lengterichting boven de ogen lopen over de zwarte kop twee witte strepen die van lengte kunnen variëren. De poten zijn bruin met aan de buitenzijde een zwarte streep.